La Nauve

Langs de waterlijn - Van Noord naar Zuid.. en terug

Share

Louis Becquey (1760-1849)

Gabbarit Becquey
Tijdens zijn werkzame periode bij de Pont et Chaussées (lees Rijkswaterstaat) en de mijnen, geeft Becquey een levendige impuls aan de werkzaamheden van binnenvaart en vooral aan de verbetering van de kanalen.

Zijn wetten van 5 Augustus 1821 en 14 Augustus 1822, bepalen twee lijnen van hervorming oprichting van nieuwe bevaarbare wegen (enkele duizenden kilometers)

Standaardisatie van het geheel van de wegen volgens één enige maat: met de maat Becquey (lengte 30,40 m breedte 5,20 m diepgng 1,60 m doorvaarthogte: 3 m) worden de oude kanalen die volgens lagere normen werden gebouwd, opnieuw ingericht. Dit is het onder andere het geval bij het Canal de Briare.

De Staat blijft uitvoerder van de werkzaamheden maar de financiering is gedeeltelijk particulier, het gebruik en het onderhoud van de kanalen moet ook worden bekostigd door deze particuliere maatschappijen.

De werkzaamheid van Becquey werden aan het einde van de XIXe eeuw door Charles de Freycinet voortgezet.


Charles Louis de Saulces de Freycinet (1828-1923)

Gabbarit Freycinet
Gabbarit Freycinet is een norm die de afmetingen van de sluizen van bepaalde kanalen regelt, en kwam tot stand door een wet van het programma van Charles van Freycinet die van 5 augustus 1879 dateert.

Hierin werden de nieuwe maten van sluizen bepaalt zodat schepen van 300 tot 350 t het kanaal konden passeren. De sluizen werden 39 meter bij 5,20 meter. De schepen mochten de maat Freycinet niet overschrijden en werden 38,5 meter bij 5,05 meter. Dit werden de Freycinet schepen, nu ook wel spits genoemd.

Ten gevolge van deze nieuwe norm, werden er aan het einde van de XIXe eeuw en tot het begin van de XXe eeuw vele kanalen gemoderniseerd.

De maat Freycinet stemt nu met de Europese maat van klasse I overeen. In 2001 is 5.800 km van de waterwegen in Frankrijk nog van het type Freycinet.