La Nauve

Langs de waterlijn - Van Noord naar Zuid.. en terug

Share

Canal de Loyre en Seyne, tegenwoordig Canal de Briare, is één van de oudste kanalen van Frankrijk en het prototype voor de moderne kanalen.

Maximilien de Béthune (Hertog van Sully) begon met plannen voor het kanaal om de handel tussen provincies te ontwikkelen, de schaarste te verminderen en daarbij de vrede in het koninkrijk terugbrengen. De bouw begon in juni 1605 en werd pas in 1642 beëindigd. Er werkten tussen de zes en twaalf duizend arbeiders aan dit project dat de bekkens van de Loire en de Seine met elkaar verbindt.

De aanbesteding van het project kwam in februari 1604, door zuinigheid, per opbod tot stand. Hugues Cosnier, kreeg de eer om het eerste kanaal te bouwen dat een waterscheidingslijn oversteekt. Het was dus noodzakelijk om schutsluizen, uitgevonden aan het eind van de Middeleeuwen en ontwikkeld door Leonardo Da Vinci, te gebruiken. Cosnier laat zich door Nederlandse ingenieurs, specialisten in waterwerken, helpen.

Er werd een sluizentrap bij Rogny-les-Sept-Écluses gebouwd: deze trap overbrugt een hoogteverschil van 24 meter. Een andere dergelijke trapsluis, bij Molen-Brûlé (Dammarie/Loing) bestaat uit 4 sluizen. Een derde trapsluis bevond zich bij Chesnoy, en bestond uit 3 sluizen. De werkzaamheden begonnen in juni 1605 en gingen snel.




Als Koning Henri IV in 1610 overlijdt en de in ongenade gevallen Sully wordt vermoord, is er geen steun meer voor de werkzaamheden en de noodzakelijke onteigeningen. Hugues Cosnier moet de werkzaamheden in 1611 opgeven. Rond 1628, interesseert Marquis Antoine Coeffier Ruzé d'Effiat zich voor het kanaal en hij gaat samen met Hugues Cosnier verder met de bouw. Hun opeenvolgend overlijden, in 1629 en 1632, stelde de afwerking van de werkzaamheden uit. Het kanaal is dan klaar tot 10 kilometer ten zuiden van Montargis. Het moeilijkste stuk, de overgang over de waterscheidingslijn is dan wel klaar.

In 1638, stellen Jacques en Guillaume Boutheroue en Jacques Guyon voor om de werkzaamheden te hervatten, en krijgen hiervoor van Louis XIII toestemming. Zij richten met andere edelen de “Compagnie des Seigneurs du canal de Loyre en Seine” op. De werkzaamheden worden in september 1642 afgesloten.

Een scheidingspand is een bijzonder stuk kanaal aan alle twee de kanten ligt een sluis. Omdat er van beide zijde water uit ontrokken wordt heeft men ook iets nodig dat het pand voed met het nodige water. Men had uitgerekend dat er per schip ongeveer 500 tot 1000 kubieke meter water nodig was. Er werden meren (uit)gegraven die door het regenwater dat op de omliggende heuvels viel werden gevoed. Via greppels en sloten kwam het water dan weer in het kanaal.

In 1720 werd het kanaal doorgetrokken van Montargis naar Buges waar het verbonden werd met het Canal d'Orléans en de rivier de Loing.

Rond 1830 wordt het kanaal gemoderniseerd volgens de wet Becquey. Deze wet schrijft de afmetingen van sluizen voor. Lengte 30,40 meter breedte 5,20 m, diepgang 1,60 m en een hoogte van 3 meter. Het zogenaamde “gabarit Becquey”.

Rond 1880, het kanaal is door de staat in 1860 overgenomen, komt er een nieuwe modernisering volgens de wet Freycinet van 1879. De sluizen krijgen dan afmetingen van 39 meter bij 5,20 m, met een diepgang van 2,20 m. (Deze Freycinet kanalen bestaan en functioneren tot op de dag van vandaag nog steeds al moeten we uit ervaring zeggen dat de diepgang van 2.20 meter niet meer behaald wordt. Dit is te wijten aan het feit dat de kanalen dichtgeslibd zitten.) Door deze vergroting moeten hele stukken kanaal opnieuw gebouwd worden. De trapsuizen van Rogny, Moulin-Brûlé en van Chesnoy worden vervangen door nieuwe sluizen en stukken kanaal en komen te vervallen doordat er nieuwe stukken gebouwd worden. Op sommige plaatsen is het oude kanaal nog goed terug te vinden. (Le Rondeau, Moulin-Brûlé, Venon, Briquemault...)

In 1895 werd er in Briare een pompstation gebouwd waarmee er ook nog water naar het scheidingspand, 45 meter hoger, gepompt kon worden. Dit was nodig omdat de sluizen groter geworden waren en er dus meer waterverlies was. Ook werd hiermee het watertekort, bij droogte, in de meren aangevuld.




Om de doorstroming van de handel op de grote lijn van Digoin naar Briare (en zijn verlenging naar het Parijse Bekken door het Canal de Briare en Loing) te verbeteren, werd in 1890 met de bouw van het pont-canal van Briare begonnen. Het werd in 1896 geopend om het zo een verbinding met het Canal latéral à la Loire (gebouwd tussen 1822 en 1838) te maken. Voor die tijd moest men hiervoor de rivier de Loire oversteken, de oversteek via de pont-Canal was stukken eenvoudiger. Het is het werk van ingénieur-en-chef Léonce-Abel Mazoyer (1846-1910). Gustave Eiffel, die van de Eiffeltoren in Parijs, heeft hier ook nog aan mee gewerkt. Deze pont-canal is, met zijn 662 meter lengte, tot in 2003 de langste van Europa en misschien wel van de wereld. Hiermee was de verbinding tussen Seine en Saône gelegd.